Profiel van een HWC-docent

Het docentenprofiel is een omschrijving van competenties, waarover onze docenten dienen te beschikken.
De docent beschikt over de volgende 24 competenties:

I - Vakdidactisch en pedagogisch handelen:

Leiding geven aan leerlingen.

  1. Aansturen van leerlingen: geeft directe sturing aan het gedrag van leerlingen
  2. Geven van verantwoordelijkheid: nodigt leerlingen uit om met eigen initiatieven te komen
  3. Motiveren: enthousiasmeert leerlingen om gestelde doelen te bereiken

Begeleiden van leerlingen.

  1. Signaleren: verzamelt alle informatie die voor een gefundeerd oordeel relevant is
  2. Begeleiden: begeleidt leerlingen planmatig

Specifiek vakdidactisch.

  1. Beheersing vakkennis: houdt zich op de hoogte van actuele ontwikkelingen in het eigen vakgebied en brengt die kennis in praktijk
  2. Hanteren van werkvormen: varieert en biedt keuzes in werkvormen
  3. Vernieuwen: signaleert en ontwikkelt nieuwe ideeën en werkwijzen

II - Persoonlijk en interpersoonlijk handelen:

Interpersoonlijk.

  1. Inlevingsvermogen: toont respect voor opvattingen en gevoelens van anderen
  2. Werken in teamverband: betrekt en ondersteunt medewerkers bij het bereiken van de teamdoelen
  3. Flexibiliteit: reageert soepel op veranderende omstandigheden
  4. Stressbestendigheid: presteert goed onder druk en blijft toegankelijk
  5. Integriteit: handelt eerlijk ten opzichte van anderen en zichzelf
  6. Reflectie op eigen ontwikkeling: werkt aan de eigen competentieontwikkeling op basis van gevraagde feedback

Persoonlijk.

  1. Inlevingsvermogen: toont respect voor opvattingen en gevoelens van anderen
  2. Zelfverzekerdheid: heeft vertrouwen in het vermogen juist te handelen en eigen initiatieven te laten slagen
  3. Besluitvaardigheid: neemt zo nodig snel beslissingen
  4. Gedrevenheid: is enthousiast, betrokken en energiek, ook op de lange termijn
  5. Initiatief: voorziet en benut kansen
  6. Betrokkenheid: werkt met toewijding; toont constructieve, emotionele binding met de school, activiteiten en leerlingen
  7. Schriftelijk communiceren: schrijft correct, duidelijk en logisch
  8. Mondeling communiceren: verwoordt gedachten goed in contact met anderen

III - Schoolorganisatie:

Strategische/tactisch.

  1. Plannen en organiseren: maakt een realistische planning van activiteiten en bewaakt het proces tot de doelstellingen behaald zijn

Uitvoerend.

  1. Aandacht voor kwaliteit: stelt hoge eisen aan eigen prestaties en aan die van anderen
  2. Representativiteit: betoont zich in alle opzichten een vertegenwoordiger van de organisatie